Tot 2 jaar terug hadden we 3 katten, Floyd, Queen en Nemo. Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar ik had altijd al een favoriet gehad, en dat was Queen. Queen was mijn maatje, mijn steun en toeverlaat. Het was eigenlijk helemaal geen lief beest, want als ze en verkeerde bui had en je probeerde haar te aaien, was er een grote kans dat je met een aantal vingers minder door het leven moest. Ik vond deze eigenschap natuurlijk fantastisch, want ik herkende mezelf hier enorm in.
Hoe ouder Queen werd, hoe liever ze ook werd. Ze wilde elke avond trouw met mij naar boven, en als ik uit school kwam lag ze altijd bij iemand anders in de voortuin op een bankje te chillen, en rende dan met mij mee naar de voordeur, omdat ze eigenlijk te lui was om zelf door het kattenluikje te gaan. Ze heette natuurlijk niet voor niets Queen.
Ongeveer twee jaar geleden voelde ik een bult op Queen haar kop. We zijn ermee naar de dierenarts geweest en die zei dat ze zich waarschijnlijk een keer ergens tegenaan had gestoten. Opgelucht gingen we weer naar huis, want we waren natuurlijk van het ergste uitgegaan. Enkele weken later voelde ik zo’n zelfde bult, maar dan op haar heup. We gingen weer terug naar de dierenarts, en deze zei toen dat ze het het toch niet helemaal vertrouwde en foto’s ging maken. De uitslag kwam, en Queen had botkanker. Het kon ook niet meer weggehaald worden en het was niet zeker hoe lang ze nog te leven had. We moesten haar sindsdien elke avond een pil geven en haar goed in de gaten houden. Het geven van de pil was een ramp. Onze andere katten deden bijna vrijwillig hun bek open, maar bij Queen was er haast geen beginnen aan. Ze begon na enkele maanden ook heel erg af te zwakken, en ze at en dronk haast niet meer. Ze sliep alleen maar, was vermagerd, en als je haar aaide had ze het bijna niet meer door. Je hoort altijd verhalen van mensen die hun huisdier te lang in leven laten omdat ze zelf geen afscheid kunnen nemen, en ik vrees dat wij dat ook een beetje gedaan hebben. Dus toen we ons dat realiseerden, hebben we de dierenarts gebeld dat we haar in wilden laten slapen. Het ritje naar de dierenarts toe was verschrikkelijk, bij de dierenarts zelf was het verschrikkelijk, en het ritje weer terug naar huis was al helemaal een ramp. Queen is het eerste huisdier dat ik ooit heb moeten verliezen, en dit heeft enorm veel indruk op mij gemaakt. Ik had niet verwacht zoveel moeite te hebben met het verliezen van een kat.
Dan nu de echte reden van dit boekwerk. Ik heb onlangs een tattoo laten zetten. (als je nu begint te denken, wat een onsamenhangend kut verhaal, dat klopt, maar je bent al zo ver met lezen, dus lees gerust even door.)
Ik wilde eerst een kompas, waarvan het pijltje dan wees naar een klein hartje. En dan moest de achterliggende gedachte zijn van ”Je moet altijd doen wat je leuk vind”. Maar toen, veranderde. Alles. Joyce, mijn oudste zus, liet het hoofd van een koe tatoeëren in een soort geometrische stijl. Ik zag dit en was op slag verliefd. Niet alleen op Bertha (Zo heet de koe), maar ook op de manier waarop deze getekend was. Dus ik heb gevraagd of ik mijn kompas nog kon laten vervangen voor het hoofd van een kat in zo’n zelfde stijl. Dit kon gelukkig nog, en zo is Ferdinand geboren. Want mijn liefde voor katten en alle andere dieren is zo immens groot, dat ik dit graag wilde laten vereeuwigen op mijn lichaam. En ik ben er heel blij mee.
En ja, ik heb nu dus een kat op mijn enkel, en wie weet denk ik over 40 jaar ”wat de neuk was er met me aan de hand toen ik 19 was, waarom heb ik niet voor een kompas gekozen?” Of misschien denk ik dat al over twee weken. Wie weet. Maar ik ben er nu nog heel erg blij mee, en weet eigenlijk ergens ook wel zeker dat ik dat ga blijven.
