Ik was denk ik een jaar of 12 was toen ik tegen de allermooiste wc aan liep die ik ooit in mijn leven had gezien. Het was een toilet van glanzend, wit keramiek en er klonk een soort van hemels gezang toen ik dichterbij kwam. Met tranen in mijn ogen beklom ik de pot, want ik moest echt verschrikkelijk nodig plassen. Ik ben gaan zitten en liet alles lopen, om vervolgens wakker te worden in mijn bed, die ik helemaal onder aan het pissen was. Dit gebeurde daarna op wekelijkse basis en ik wist absoluut niet wat ik moest doen. Op een gegeven moment durfde ik niet meer naar de wc en kon ik de werkelijkheid niet meer van een droom onderscheiden. Ik hield alles dus op, wat er weer voor zorgde dat ik regelmatig last had van blaasontstekingen en buikpijn. Geen van bovenstaande durfde ik te delen met de mensen om me heen, want het is natuurlijk best wel beschamend om als 12-jarige puber nog in je bed te plassen. Na een lange periode van niet meer durven plassen en pijn aan m’n blaas ben ik toch maar op onderzoek uitgegaan. Bij Google vulde ik in ‘’ik plas in mijn bed, wat moet ik doen?’’ en Google vertelde me dat, wanneer ik twijfelde of ik droomde, ik mezelf moest knijpen. Als het dan een droom bleek, werd ik wakker. En als het echt bleek, dan had ik enkel pijn op de plek waar ik kneep. En jongens, ik kan jullie vertellen, dit werkte als een tiet. Het werkte zelfs zó goed dat ik nu, op 25-jarige leeftijd, mezelf nog steeds knijp voor elk wc bezoekje. En héél af en toe word ik nog wel eens wakker, omdat ik dan toch stiekem op het punt sta heel m’n bed onder te zeiken. En ik begrijp dat jullie niet helemaal kunnen inschatten waar ik naartoe wil met dit verhaal, maar blijf nog even hangen. Het wordt echt alleen maar kutter.
Kijk, dromen heb ik altijd verschrikkelijk gevonden. Dit komt eigenlijk doordat ik vaak weet dat ik droom, maar niet wakker kan worden. Of ik hallucineer en zie dingen in m’n kamer, maar kan me dan niet bewegen. Lucid dreaming, noemen ze dat. Misschien heb ik nu wel enigszins door kunnen laten schemeren dat ik erg slecht ben geworden in de werkelijkheid onderscheiden van een droom en vice versa. En heel af en toe kan ik gewoon niet geloven dat iets echt is. Zo is er een filmpje van vorig jaar april (ik weet niet hoe ik hier een filmpje in moet plakken, vergeef me) waarin ik in de kroeg ben (duh) en dan staan er een aantal hele leuke mensen te dansen in een kring. Op het moment van dansen ben ik buiten de kring gaan staan, omdat ik me dan niet wil opdringen. En omdat ik mezelf op dat moment heb overtuigd dat ik er geen deel van uit mag maken en dat niemand mij er écht bij wil hebben. Leuke eigenschap vind ik dat. Ik geef het twee van de zes sterren. Maar goed, op een gegeven moment werd ik aan mijn arm de kring weer in getrokken en werden de woorden ‘’jij hoort er ook bij!’’ uitgesproken. Dat raakte me en hierdoor besefte ik me heel even wat voor een leuke en lieve mensen ik eigenlijk om me heen heb. En op dát moment kneep ik mezelf. Want ik dacht dat ik droomde. En ik vind dit dus helemaal hilarisch, dat ik zelfs op dit soort momenten mezelf heb weten te overtuigen dat het niet echt kan zijn! Want waarom hoor ik er ook bij? Waarom willen jullie met mij dansen in de kroeg? Waarom willen jullie überhaupt dat ik mee ga naar de kroeg? Waarom vragen mijn vrienden regelmatig of ik zin heb om af te spreken? Waarom vergeven mensen me telkens weer als ik ze voor de zoveelste keer veel te lang heb genegeerd op WhatsApp? Waarom is iedereen zo geïnteresseerd in wat ik van mijn leven maak? Waarom?
En dat, lieve mensen, noemen we een minderwaardigheidscomplex, gecombineerd met een extreem laag zelfbeeld. Waar ik vroeger heel erg bleef hangen in negatieve gedachtes en gevoelens, kan ik er nu alleen maar om lachen. En knijpen. Dat ook.
Volgende keer gaan we het hebben over de gevaren van het wegwerken van 3 repen chocola, terwijl je eigenlijk allergisch bent voor katten. Tot dan!